| 1. |
uw hart gaat jagen, hevig bonzen of slaat over |
| 2. |
u zweet overdadig |
| 3. |
u zit te beven of te klappertanden |
| 4. |
u kan haast geen adem krijgen |
| 5. |
u heeft het gevoel te gaan stikken |
| 6. |
u heeft pijn op de borst |
| 7. |
u voelt zich misselijk |
| 8. |
u voelt zich duizelig, licht in het hoofd alsof u op flauwvallen staat |
| 9. |
u heeft een heel onwerkelijk gevoel, alsof alles om u heen niet echt is of alsof u geen verbinding
met uw lichaam heeft |
| 10. |
u heeft het gevoel door het lint te gaan of gek te worden |
| 11. |
u denkt dat u dood gaat |
| 12. |
u heeft geen, of een tintelend gevoel rond uw mond of in uw vingers |
| 13. |
u krijgt koude rillingen of u krijgt het juist vreselijk warm. |